Marco Biemans

Voor een gesprek met Marco Biemans ga ik naar Delfshaven, een heel mooie, oude wijk.

Marco Biemans (40) komt oorspronkelijk uit Dordrecht. Biemans: “Ik ben een echte schapekop, zoals de inwoners daar genoemd worden.” Later bezocht hij in Rotterdam het grafisch lyceum, vond daar een partner en is blij dat hij uiteindelijk echt Rotterdammer is geworden, vooral ook omdat hier veel meer te beleven valt. “Rotterdam is gewoon een toffe stad. Er is veel cultuur en veel kunst.” In de Lange Dijkstraat vind ik in een nieuwbouwbuurtje de woning, waar Marco op de begane grond een atelier heeft ingericht. De spierwitte ruimte is een ideale plaats voor hem om aan zijn kunst te werken.

 

De opleiding die Marco (zowel autonoom als conceptueel) genoot is voor grafisch vormgever, interieurarchitect en architect: in die volgorde. Na zijn opleiding in Rotterdam volgde hij een opleiding voor interieurarchitect aan de academie Sint Joost in Breda. De opleiding grafiek was ook nog een optie. Zijn kunstwerken zijn ook erg grafisch, maar toch benadrukt hij dat hij dit werk nooit had kunnen maken zonder zijn opleiding voor interieurarchitect. “Ik heb geleerd vanuit het grafische gebied dingen te bekijken, maar ook vanuit het architectonische. Vanuit verschillende invalshoeken bekijk ik mijn werk, en dat geeft mijzelf veel vrijheid in benadering. Ik ben in 2003 afgestudeerd en heb daarna nog twee jaar mijn master gedaan voor architect, maar ben daar in de crisistijd mee gestopt, toen juist in de architectuur de klappen vielen. Daarna heb ik meerdere banen gehad, maar dat heeft mij wel verrijkt en dat zie je ook weer terug in mijn beeldende werk.” Marco werkt fulltime bij de gemeente als adviseur bij WW@WORK, waar hij mensen aan het werk probeert te helpen die nog maar drie tot zes maanden in de ww zitten.

 

Aan kunst werd heel lang weinig tijd besteed, met uitzondering van het werk dat hij had aan een boekje, dat hij met hulp van het Prins Bernhard Cultuurfonds illustreerde samen met dichter Jermin Bell. Een burn-out in 2013 gaf hem echter de mogelijkheid meer tijd te gaan besteden aan beeldende kunst. Hij maakte dertien werken, waarvan hij er meteen al een paar van verkocht. Er zijn er onder andere drie in New York terechtgekomen. Geen onaardige start, dus. De werken zijn alle potloodtekeningen in een aparte, eigen stijl: grafisch werk, met een surrealistische inslag. Zoals Marco zegt: “Ik wil vervreemden.” Zelf omschrijft hij zijn stijl als surrealistisch en minimalistisch.

Op een gegeven moment was Marco toch wel uitgekeken op het tekenen met potlood, en maakte hij een uitstapje naar schilderen met acrylverf. Grappig is dat daarmee meteen kleur in zijn werk werd geïntroduceerd. De thema’s lijken echter veel op die hij gebruikte in de potloodtekeningen. Maar ook dat verveelde hem snel. Het voldeed niet aan zijn verwachtingen en al snel was hij weer op zoek naar een alternatief.

 

Een omwenteling kwam bij een ontmoeting met een andere kunstenaar, die tegen hem zei: “Wil je illustratief bezig blijven, of wil je kunst maken?” Dat bleek een eye-opener. “Ik ging op zoek naar een andere manier om de teerheid en gevoeligheid in mijn werk te verbeelden, maar wist niet hoe dat bewerkstelligen. Op een gegeven moment heb ik een stuk draad gepakt en ben daarmee gaan experimenteren, gewoon op gevoel. Ik maakte onder andere een draadfiguur in een kubus en daarmee had ik de smaak in een nieuwe techniek aardig te pakken. Ik moest wel uitzoeken hoe ik mijn ideeën en mijn gevoel om kon zetten in andere vormen. Ik ben gewoon maar wat gaan maken en hoopte dat daar dan iets interessants uit zou komen. En dat gebeurde ook, want de emoties die je hebt komen er uiteindelijk toch wel uit.”

De kubus ziet er spectaculair uit, met een ingewikkeld patroon van draden. Marco noteerde de thema’s die zich ontwikkelden: balans, verbinding, zwaartekracht en beweging. Er ontstonden elementen die bepalend zouden zijn voor de toekomstige objecten. Later kwam hij er achter dat het aspect ‘tijd’ hieraan nog ontbrak. Een nieuw, spannend object ontstond, bestaande uit drie aan draden hangende kiezelstenen, boven een wit, op de grond liggend vlak. Daarin kwam alles samen. De kiezels kun je heen en weer laten slingeren, maar Marco denkt er aan om dit mechanisch te laten geschieden. Het mooie is dat de kiezels op een gegeven moment hun eigen weg gaan en dus niet helemaal te sturen zijn. Het gevoel dat dit Marco opleverde was: “Dit klopt; dit ben ik.” Waar het uiteindelijk toe zal leiden weet hij overigens nog niet, maar hij heeft met dit werk wel een autonome entiteit geschapen. Hij stond open voor een experiment en is toch heel dicht bij zichzelf gebleven. Een ander werk hangt aan de muur en bestaat uit een op geniale wijze geconstrueerde figuur van draden, die in balans wordt gehouden door draden die naar de vloer gespannen zijn. Een bijzonder spectaculair ontwerp, waarmee hij ongetwijfeld hoge ogen gaat gooien.

 

Marco is met veel voldoening lid van Karmijn en vindt vooral de gesprekken met andere kunstenaars prettig. Hij kijkt uit naar een gezamenlijke expositie.

‚Äč

Jan Sinke

© 2023 by Name of Site. Proudly created with Wix.com